zondag 2 april 2017

Een cultuurrelativistische beschouwing van ‘islamofobie’

Inleiding

Velen vatten de Europese weerzin tegen de islam op als een vorm van xenofobie of racisme. Vaak zijn het zelfs (zelfverklaarde) intellectuelen die daarmee mijns inziens hun intellectueel faillissement laten zien want deze ‘analyse’ is zo plat als een dubbeltje en onjuist bovendien. De opvatting van islamofobie als xenofobie of racisme getuigt in feite van een totaal gebrek aan analyse. Nu is er – in een soort Nietzscheaanse traditie – wel een racistisch argument te maken dat weerzin tegen de islam het symptoom van een heimelijke xenofobie of racisme is, maar dat argument vind je juist weer nooit ergens terug. Ik zal dat argument hier ontwikkelen.

De Holocaust en het inadequate historische bewustzijn

Deze – zichzelf veelal progressief achtende – mensen baseren hun beschuldiging dat weerzin tegen de islam een irrationele vreemdelingenhaat betreft op hun historisch bewustzijn van de Holocaust, maar dat bewustzijn is inadequaat en irrelevant: de nazi’s hadden helemaal geen hekel aan moslims of de islam, integendeel juist: Hitler achtte de moslims (in wezen de Arabieren) de natuurlijke vrienden en bondgenoten van Germanen en veel nazi’s achtten de islam – in navolging van onder meer Nietzsche – superieur aan het christendom! De nazi’s zouden anno 2017 dan ook zeker aan de kant van de huidige ‘progressieve’, ‘antifascistische’ mensen staan om te demonstreren tegen Israël en tegen islamofoben als Wilders in plaats van aan de kant van die islamofoben. Bovendien is het altijd gehoorde argument ‘want vervang ‘islam’ door ‘Joden’’ om allerlei redenen ondeugdelijk en niet alleen omdat de redenen van de nazi’s om de Joden te haten radicaal anders en zelfs tegengesteld zijn aan de redenen die ‘islamofoben’ hebben om de islam af te keuren: het is ook gewoon onzinnig om leden van een ‘ras’ te vervangen door een religie of dader en slachtoffer te verwisselen en dan te denken dat je een zinnige vergelijking overhoudt. Als je alles door alles mag vervangen, dan kun je ook ‘Joden’ en ‘nazi’s’ door elkaar vervangen en dan hebben de Joden zes miljoen nazi’s vermoord…

Een adequater historisch bewustzijn en demonisering

Bij een adequater historisch bewustzijn zou men dan eerder de huidige weerzin tegen de islam vergelijken met de vroegere weerzin tegen het katholicisme die lang de verhoudingen in Nederland heeft bepaald, welke vergelijking in veel opzichten wel steekhoudt zoals qua de beschuldiging van ‘achterlijkheid’ (bv. het blijven hangen in de middeleeuwen van de katholieke kerk omdat het zich verzette tegen de modernistische revolutie van het protestantisme) en het wantrouwen qua loyaliteit (gehoorzamen katholieken niet stiekem de paus in Rome in plaats van de Nederlandse Staat en haar wetten?). Maar die veel sterkere en interessantere vergelijking hoor je nooit: blijkbaar gaar het helemaal niet om een goede, interessante historische vergelijking, dus om de inhoud, maar zoekt men slechts de tegenstander – de ‘islamofoob’ – te demoniseren door hem als nazi en daardoor als het ultieme kwaad af te beelden, ook al slaat de gemaakte vergelijking nergens op.

Het Europese trauma

Met het katholicisme komen we ook tot de kern van de Europese ‘islamofobie’. Zoals de VS zijn getraumatiseerd door het slavernijverleden, zo is Europa getraumatiseerd door de (katholieke) kerk die eeuwenlang de Europese volkeren heeft onderdrukt en geterroriseerd, al was het maar psychologisch door de dreiging van het hellevuur en het taboe op vrije seksualiteit (zodat bv. zelfs masturbatie als zondig werd onderdrukt). Niet voor niets is de strijd tegen de kerk zo ongeveer het thema van alle moderne Europese literatuur en cultuur: van de onderdrukking en trauma’s (van de werken van Voltaire tot onze grote romanschrijvers en het misbruik in de kerk) naar de bevrijding (het atheïsme) tot de zingevende leegte die de dood van God achterliet. Zoals in de VS extreem gevoelig wordt gereageerd op elk zweem van racisme omdat racisme er wordt gezien als de historisch-fundamentele onrechtvaardige onderdrukking, zo wordt in Europa extreem gevoelig gereageerd op elk zweem van religie omdat religie hier wordt gezien als de historisch-fundamentele onrechtvaardige onderdrukking (‘religie is ontstaan toen de eerste oplichter de eerste idioot ontmoette’). Tot voor kort werden beide continentale trauma’s ook niet uitgewisseld: dat maakt de typisch Amerikaanse overgevoeligheid voor Zwarte Piet ook zo misplaatst in Europa en omgekeerd zijn Amerikaanse sympathisanten van Wilders en andere islamofoben weer marginale ‘freaks’ in de VS. Beide marginale groepen brengen een trauma van een ander continent over en oogsten daarom vooral onbegrip. Wel zien we overigens dat door een zekere globalisering en vrije uitwisseling van ideeën door middel van het internet dat de marginale groepen wel steeds meer grond onder de voeten krijgen: Trump was niet onsuccesvol in het kopiëren van de Europese islamofobie van onder meer Wilders en omgekeerd krijgen de anti-Zwarte-Piet-activisten steeds meer hun zin in Europa.

De islam als de terugkeer van de religie in het publieke domein

Natuurlijk ontvangt Europa ook veel meer moslims dan de VS en zijn die Europese immigranten ook veel lager opgeleid en conservatiever/religieuzer dan de vooral hoogopgeleide, kosmopolitische moslims die met het vliegtuig en een green card de VS bereikten, zodat daarom al de moslimimmigratie in Europa als een veel grotere bedreiging wordt gezien als in de VS. Maar er is dus ook een belangrijke culturele dimensie: de Europeanen hebben eeuwenlang met bloed en tranen gestreden tegen de macht en onderdrukking door de kerk en willen al dat werk niet tevergeefs laten zijn door nu alsnog de islam binnen te laten die nog tien keer hardvochtiger, intoleranter en onderdrukkender is dan het christendom. De islam is ook nog niet tot de privésfeer teruggedrongen zoals het christendom onder invloed van het protestantisme (gewetensvrijheid) dat wel is waarbij het christendom ook zichzelf kon terugtrekken naar de privésfeer omdat ook Jezus al de scheiding tussen kerk en staat leerde (‘geef de Heer wat de Heer toekomt en de keizer wat de keizer toekomt’; ‘mijn Koninkrijk is niet van deze wereld’). Het christendom is inherent seculier terwijl de kern van de islam nu juist is dat Allah’s wetten ook zeker voor deze wereld zijn (de sharia is bovenal een omvattende juridische ordening van alle aspecten van het Aardse leven).

De onderdrukking door religie

Sowieso is religie in de kern mijns inziens het geloof in het transcendente (‘er is een hogere macht en bewustzijn dan die we in de wereld aantreffen en die de wereld fundeert en bestiert’) en/of immanente eenheid (‘alles hangt samen met alles; alles wordt in alles weerspiegeld’). Religie is aldus de ontkenning van het individu of überhaupt de mens als degene die het laatste woord heeft en die meester over zichzelf is: niet de mens is de maat van alle dingen (Protagoras) maar God is de maat van alle dingen (Plato). Of zoals Sartre vanuit zijn getraumatiseerde Europese denken betoogde: als God bestaat, is vrijheid onmogelijk. Dat maakt het liberale of atheïstische argument dat gelovigen hun regels niet aan niet-gelovigen mogen opleggen aan dovenmansoren gericht (het hele idee van religie is immers dat je die individuele vrijheid afwijst) en daarom is religie zo ‘onderdrukkend’. Religie is uiteindelijk een bedreiging voor democratie en rechtsstaat en het hele bouwsel van de moderne beschaving.

De zuivere weerzin tegen religie en de paradox van het christendom

De paradox van het christendom is dat het een antireligieuze religie is die aldus de weg naar de Westers-moderne secularisering, individuele autonomie, atheïsme, democratie en rechtsstaat niet alleen mogelijk maakte maar in wezen al behelsde. Atheïsten zijn in het Westen eigenlijk een subcategorie van de bredere categorie christenen. Christenen en atheïsten zijn in ieder geval zeer goed in staat elkaar te tolereren omdat zij als cultuur-christenen in wezen dezelfde waarden delen waaronder die van tolerantie en het onvervreemdbare respect dat elk individueel mens toekomt (zelfs als dat mens de verschrikkelijkste misdaden pleegt verdient hij aldus een menswaardige behandeling en zelfs een tweede kans vanuit het christelijke geloof dat een mens herboren kan worden). De islam is veel meer een klassieke religie die onder meer Gods transcendentie hoog houdt tegenover de christelijke afgoderij (de afdaling van God naar de mensen in de vorm van zijn Zoon). De weerzin van veel Europeanen tegen de islam is dan ook vooral de zuivere weerzin tegen religie als zodanig die alle moderne waarden bedreigt, onderbouwd met de bloedige Europese geschiedenis. Het getuigt van een zeer pover historisch bewustzijn om dit te negeren en islamofobie als vorm van vreemdelingenhaat te zien: het is veeleer de Europese haat jegens de eigen geschiedenis. In de beroemde woorden van Voltaire: “Écraser l'infâme!”

De post-rationalistische lust tot ontmaskering

De duidelijke liefde van veel mensen om critici van de islam te ontmaskeren als bv. racisten of 'islamofoben' (welke curieuze term reeds een pathologie impliceert en aan de Sovjet-Unie doet denken die critici als 'geesteszieken' opsloot) heeft overigens ook een rijke Europese geschiedenis. De typisch moderne lust tot ontmaskering komt me als post-rationalistisch voor: men ondermijnt op rationele wijze door te speculeren over drijfveren die de persoon in kwestie zich niet eens bewust hoeft te zijn. In de 19de eeuw werd dit een hobby van velen in Europa waaronder grote denkers als Marx en Nietzsche (en Freud gaf het zelfs een (pseudo-)wetenschappelijke basis met zijn leer over het onbewuste). En voor de progressieve mensen die niets liever doen dan Wilders en andere politieke tegenstanders ‘ontmaskeren’ is het een bittere ironie dat juist die ontmaskeringslust eerder de nazi’s tot hun antisemitisme voerde omdat Joden bij uitstek maskers zouden dragen: zie http://gebandvanjoop.blogspot.nl/2015/12/tegen-de-linkse-geschiedvervalsing-met.html. Het doet er bij de ontmaskering ook niet toe of de aangesproken persoon zich herkent in de beschuldiging als bv. van racisme: de aanklager ‘weet’ dat er racisme schuilgaat onder de weerzin tegen de islam of de liefde voor Zwarte Piet, zoals ook de psychiater de zielenroerselen van zijn patiënt beter doorgrondt dan de patiënt zelf. Na de mondigheid van de Verlichting wordt de burger zo weer onmondig gemaakt door het (wetenschappelijke) beroep op onbewuste motieven bij de burger en kan de beschuldigde zich niet eens verweren tegen de aanklacht (hij is zijn motieven immers niet bewust dus zijn ontkenning ervan heeft geen waarde) hetgeen ook precies de bedoeling lijkt te zijn.

De waarheid van ontmaskering

Toch is niet elke ontmaskering onwaar of ongeloofwaardig: het hangt uiteraard van de onderbouwing af of het geloofwaardig is. De ontmaskering van de islamofoob als racist met slechts een verwijzing naar de Holocaust als onderbouwing komt me ongeloofwaardig want zelfs onzinnig over, zoals ik hierboven heb geprobeerd bondig te schetsen: de islamofobie heeft veel meer wortelen in de eigen geschiedenis dan in angst voor een vreemde cultuur. Maar nader beschouwd zit er misschien toch waarheid in de ontmaskering van de islamofoob als racist; alleen vergt dat een wat serieuzere of geloofwaardigere analyse dan wat we plegen te horen en moet die mijns inziens worden gezocht in wat ik hier al betoogde over het verschil tussen de islam en het christendom. Hoe zeer de atheïsten en anderen in Europa ook het christendom haten vanwege de al aangestipte onderdrukking door de kerk in het verleden (en in ‘progressieve’ kring is men nog altijd erop gebrand om de kerk dan wel de paus aan te vallen zodra de gelegenheid zich voordoet), er is ook een – veelal onderontwikkeld – bewustzijn dat de moderne vrijheid en secularisering een product van datzelfde christendom is dus dat we allen, inclusief de atheïsten en kerkverlaters, nog steeds cultuur-christenen zijn. Zeker bij dat bewustzijn keert de haat zich om: niet het christendom is dan de vijand en de islam onze cruciale bondgenoot (zoals veel ‘progressieve’ mensen dit in navolging van de nazi’s lijken te zien), maar is het christendom juist onze bondgenoot voor het behoud van de moderne vrijheden in de strijd tegen de onderdrukkende islam welke laatste religie door de progressieve elite ogenschijnlijk zelfs enthousiast wordt binnengelaten om de Europese cultuur van binnenuit te vernietigen vanuit een ideologie van multiculturalisme.

Een racistisch-darwinistische benadering

In eerste instantie is deze islamofobie niet racistisch omdat de islam hierbij wordt opgevat als simpelweg de terugkeer van de religie en haar onderdrukking zoals we die vroeger hadden in de vorm van de (katholieke) kerk, maar in tweede instantie is het een vorm van racisme in de zin dat hierbij moet worden erkend dat ‘onze’ christelijke cultuur van Europa die onder meer de mensenrechten en de moderne democratische rechtsstaat heeft voortgebracht superieur is aan de islam die diezelfde waarden en instituties juist lijkt te blokkeren. Uiteindelijk is dan zelfs de ‘Germaanse’ cultuur superieur te achten aan zowel de Arabische als de Zuid-Europese Latijnse cultuur omdat eerst de Germaanse cultuur het christendom heeft bevrijd van haar Romeinse, nog sterk klassieke en hiërarchische, vorm om het tot de protestantse, sterk seculiere en individualistische motor van de moderniteit te maken. In ieder geval is zij hier in Noord-Europa superieur: de rechtgeaarde racist die zich op het darwinisme beroept, ziet immers de verschillende rassen niet (per se) als ongelijkwaardig maar als ongelijk en slechts aangepast aan haar eigen territorium waar het dan ook dient te blijven. Zo paste het Romeinse christendom met onder meer zijn kerkelijke hiërarchie, priesterlijke bemiddeling tussen gelovige en God en de Roomse rijkdom, decadentie en ‘hypocrisie’ niet in de Germaanse egalitaire, sobere en piëtische cultuur die was ontstaan op een hardvochtiger noordelijk klimaat en landschap, zodat het christendom eerst moest worden hervormd alvorens het vruchtbaar wortel kon schieten in noordelijk Europa. De islam vertoont op zijn beurt ook hardvochtige trekken als ontstaan in een hardvochtig Arabisch woestijnklimaat, maar tegelijkertijd staat dat woestijnklimaat mijlenver van die van Noord-Europa: de islam ‘past’ niet bij Europa (en de zich aan ons aanpassende, ‘protestantse’ vorm van islam levert vooralsnog vooral Islamitische Staat en ander anti-Westers jihadisme op alsmede een totalitaire hardvochtigheid die aan nazisme en communisme doen denken). Racistisch beschouwd is de islam wellicht de juiste religie voor met name de woestijn maar is het in Europa slechts een exoot/onkruid die hier de christelijk-humanistische dus inheemse gewassen aantast en bedreigt.

Het fascisme als mediterrane contrarevolutie

Zoals men kan betogen dat de Noord-Europese variant van het christendom de moderne rechtsstaat – en daarmee Hegels einde van de geschiedenis als de realisering van de vrijheid van allen – heeft voortgebracht, zo lijkt het fascisme een typisch product van het katholieke mediterrane Europa in reactie op die protestantse moderniteit, zeg maar een soort Zuid-Europese contrarevolutie tegen de Noord-Europese liberale revolutie. Dat verklaart ook waarom vrijwel uitsluitend Zuid-Europese landen en in het verlengde daarvan ook Latijns-Amerikaanse landen zeer lang en hardnekkig fascistische regimes hebben voortgebracht. Mussolini benadrukte als grondlegger van het fascisme ook de innige band met het katholicisme, welke relatie door hem min of meer wordt gepresenteerd als een eenheid van lichaam (fascisme) en ziel (katholieke kerk). Als de PVV fascistisch zou zijn (en in mijn analyse heeft de PVV zeker fascistische trekken maar ontbeert het als post-ideologische anti-immigratiebeweging bovenal de ideologie van het fascisme als coherent omvattend verhaal: http://gebandvanjoop.blogspot.nl/2016/06/het-fascisme-van-de-pvv.html), dan is de PVV in die zin niet xenofoob maar xenofiel omdat het zich dan een mediterrane en dus on-Nederlandse cultuur omarmt: ongetwijfeld vormt hier de katholieke achtergrond van de Limburger Wilders de verbinding.

De paradox van het liberalisme

Tegelijkertijd is de PVV ook duidelijk Hollands in zijn liberale trekken: uiteindelijk kent de Nederlandse politiek geen echte extreme partijen – noch een echte fascistische of zelfs echte socialistische partij – maar is er vooral verdeeldheid over de juiste interpretatie van het liberalisme als laatste overgebleven ideologie en einde van de geschiedenis. De paradox van het liberalisme is immers dat zijn subjectivisme en gelijkwaardigheid van alle mensen en opvattingen, zodat slechts het debat en de democratische stembusgang de strijd der meningen kan en mag beslissen (wie de meeste burgers kan overtuigen dat hij de beste plannen heeft mag die plannen vier jaar in de praktijk brengen zodat ‘waarheid’ in het liberalisme geen rol speelt), het eigen liberale denken en systeem nauwelijks als waar of superieur kan poneren en zeker niet kan opleggen. In het liberalisme mogen mensen ook antiliberale opvattingen hebben en ernaar streven de rechtsstaat omver te werpen. In die zin is het liberalisme vanuit zijn morele superioriteit tegelijk politiek krachteloos en weerloos (en een liberale partij als D66 ‘kleurloos’, anders dan als moreel keffertje tegen Wilders) zoals ook het christendom vanwege zijn liefde voor zelfs de vijand zowel superieur als weerloos is: zolang de arbeider vrijwillig zijn uitbuitend contract met de kapitalist tekent acht de liberaal zich niet bevoegd om in te grijpen en zo ook kan de liberaal vanuit zijn ideologie geen immigratie van antiliberalen stoppen, zelfs niet als die immigratie zal leiden tot de vernietiging van de rechtsstaat als nota bene het juweel van het liberalisme. De liberaal kan slechts hopen (maar hij is daarvoor ook een optimist!) dat ook antiliberalen zullen inzien dat de rechtsstaat in stand moet worden gehouden zodat bv. de moslim zich realiseert dat zoals hij het fijn vindt dat hij volgens de rechtsstaat de islam mag belijden de homo het ook fijn vindt als die zijn homoseksualiteit mag ontplooien zodat de rechtsstaat niet alleen voor de moslim maar ook voor de homo moet gelden.

De omgekeerde paradox van het liberalisme

Maar mogelijk is dit naïef en te optimistisch gedacht van de liberaal: ik gaf hierboven al aan dat zo’n rechtsstatelijk beginsel dat de individuele vrijheden garandeert in strijd is met de klassieke vorm van religie zoals de islam. Zoals het (antiliberale) socialisme wellicht nodig was om de uitbuiting van de arbeider te stoppen, omdat het liberalisme daarin machteloos was, zo zijn antiliberale partijen als de PVV wellicht nodig om de mogelijk sluipende ondermijning van de rechtsstaat door de moslimimmigratie te stoppen en de liberale beginselen zoals de gelijkheid van man en vrouw in stand te houden. Hier keert de liberale paradox zich om: precies omdat het liberalisme te tolerant is om zichzelf tegen haar eigen ondermijning te kunnen verdedigen (dat wil zeggen waar de overtuigingskracht van woorden te kort schiet maar precies met betrekking tot aanhangers van een religie schiet dat liberale beroep op de rede wellicht per definitie te kort), zijn antiliberale maatregelen nodig om nota bene de liberale beginselen – als verworvenheid van het Westen die haar ook definieert – hoog te houden (in wezen zoals ook de verzorgingsstaat in zware tijden moet worden beperkt om 'm te kunnen behouden). Hayek beschreef de oorspronkelijke fascisten als teleurgestelde socialisten, maar als bewegingen als de PVV fascistisch zijn dan zou ik deze hedendaagse fascisten liever willen beschrijven als teleurgestelde, pessimistisch ingestelde liberalen.

Conclusie

De in Europa sterk aanwezige islamofobie moet worden beschouwd in het licht van de eeuwenlange Europese strijd tegen de – eerst vooral moreel-politiek, daarna nog psychologisch – onderdrukkende macht van de kerk en daarmee de historisch gefundeerde weerzin tegen religie en haar macht in het publieke domein. Het atheïsme en het liberalisme met haar seculiere rechtsstaat bevrijdden de Europeaan van die religieuze onderdrukking maar komen zelf ook voort uit de christelijk-Europese cultuur, zodat het racisme van de islamofobie hooguit het willen behouden van de seculiere rechtsstaat als ‘onze’ Europees-christelijke cultuur behelst. De politieke verdeeldheid komt voort uit de paradox of zwakte van het liberalisme c.q. het christendom: te veel tolerantie kan die tolerantie vernietigen zodat waar de meer optimistisch ingestelden geloven dat men de rechtsstaat alleen kan behouden door haar geheel intact te laten de meer pessimistisch ingestelden geloven dat de rechtsstaat in zeker opzicht moet worden ingeperkt om haar te kunnen behouden tegen een ondermijning door een religie die haaks op de rechtsstaat staat.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen