vrijdag 30 september 2016

Het religieuze respect voor het Lot: het kapitalisme bij socialisten

Dit artikel in de NRC, http://www.nrc.nl/nieuws/2016/09/29/zoals-de-banen-verdeeld-worden-zo-worden-ook-de-meisjes-verdeeld-4520246-a1523978, prikkelde me tot de volgende vraag: waarom strijden socialisten wel voor zoiets oppervlakkigs als een gelijke (‘eerlijke’) verdeling van geld/inkomen maar niet voor zoiets levenswezenlijks als een gelijke (‘eerlijke’) verdeling van liefde? De grondgedachte is immers dat elk mens – als mens – respect en geluk verdient en zelfs in gelijke mate en in ieder geval in voldoende mate: waar rechts de natuurlijke ongelijkheid zegent, wil links die natuurlijke ongelijkheid als onrechtvaardig corrigeren in de vorm van moraal e.d. op grond waarvan iedereen gelijk wordt behandeld en een gelijke portie aan levensgeluk ontvangt. Maar er schuilt iets van waarheid in bekende clichés als dat geld niet gelukkig maakt en dat de waardevolle dingen in het leven onbetaalbaar zijn: waarom richt het socialisme zich dan vrijwel louter op dat geld – dat banale goed dat niet gelukkig maakt – en eigenlijk nooit op de liefde (of andere waardevolle zaken) waarvan de meesten zullen vinden dat dat belangrijker is voor ons geluk en welzijn dan geld? 

Sterker nog, het socialisme heeft zich in haar (westerse) geschiedenis wel eens bemoeid met het liefdesleven, maar dan werd altijd nota bene de ‘vrije liefde’ gepreekt en in de praktijk gebracht, welke vrijheid precies maximale ongelijkheid teweegbrengt zoals het dat ook in de economie doet (de ‘vrije markt’) en welke vrijheid op die economische markt nu juist zo hartstochtelijk wordt bestreden. Wat verklaart deze opvallende schizofrenie in het socialisme: tegen vrijheid (antiliberaal) op de economische markt maar voor maximale vrijheid (hyperliberaal) op de liefdesmarkt?

Je zou kunnen denken: het gaat het socialisme niet om gelijkheid als doel maar als middel of voorwaarde om echte vrijheid te realiseren (zodat het socialisme het echte liberalisme zou zijn, zoals ook Marx wel lijkt te suggereren). Maar niet valt in te zien waarom de economische markt in dat opzicht zo tegengesteld moet worden behandeld aan de liefdesmarkt.

Het marxisme is tegen het huwelijk omdat dat een instrument van het kapitalisme zou zijn: omdat het kapitaal van vader op zoon overgaat, heeft de man er belang bij dat de vrouw hem trouw blijft zodat hij zeker kan zijn dat zijn kapitaal ook echt naar zijn (biologische) zoon gaat en niet naar het bastaardkind van de melkboer waarmee zijn vrouw vreemd zou kunnen gaan. En oorspronkelijk beoogde het huwelijk waarschijnlijk ook de man te binden aan de vrouw, zodat het verwekte kind kon rekenen op een broodwinner en beschermer. De door het socialisme bevorderde vrije liefde vernietigt misschien wel het patriarchaat-kapitalisme in de vorm van het huwelijk, maar brengt ook veel strijd en ongelijkheid: mannen en vrouwen worden nu eenmaal seksueel aangetrokken tot kracht/vitaliteit, hetgeen zich bij de man manifesteert als fysieke en/of sociale dominantie (en bij de vrouw vooral als jeugd en lichamelijke rondingen) en juist bij de mannen levert dat makkelijk grote ongelijkheid in het liefdesleven op omdat dominantie bij de een ondergeschiktheid bij anderen vereist. Niet alleen impliceert de seksuele selectie van mannen door vrouwen in hoge mate winnaars en verliezers, maar omdat dominantie een hiërarchie en ondergeschikten impliceert zijn het zo uiteindelijk (de lusten van) de vrouwen die de agressie van de man en dus ook de oorlogen in stand houden.

Het lijkt er echter op dat het socialisme heel naïef en romantisch gelooft dat vrije liefde geen ongelijkheid oplevert omdat het ‘lot’ iedereen goedgezind is en het de liefde op gelijke en rechtvaardige wijze zal distribueren (‘op elk potje past een dekseltje’). Maar dat is nu precies het kapitalistisch-religieuze argument voor de vrije markt: laat alles vrij en het lot (Smiths “invisible hand”) zal alles optimaal gunstig voor (bijna) iedereen ordenen.

Het succes van het kapitalisme is precies gelegen in deze afwezigheid van menselijke bemoeienis: het maakt de maatschappij tot een goktafel waaraan mensen op volstrekt willekeurige en onpersoonlijke basis kunnen winnen of verliezen maar precies daarom hun verlies ook makkelijk kunnen accepteren (en je kunt altijd terugkeren naar de tafel om een nieuw gokje te wagen). Het is alsof een hogere en onpersoonlijke macht – het Lot – jouw leven bepaalt: er is niemand om iets kwalijk te nemen, dus berust je je maar in de – vaak toch tegenvallende – uitkomsten. In de Griekse mythologie waren zelfs de goden, inclusief Zeus, ondergeschikt aan het Lot, zodat het niet vreemd is dat de Ene transcendente God van de joden en christenen vooral met het Lot werd vereenzelvigd: boven het beeld van God als straffer van het kwade en beloner van het goede in het hiernamaals (dat is de oude Zeus) is er de God als Schepper die alles bepaalt en wiens wegen “ondoorgrondelijk” zijn.

In de moderniteit wordt God als het Lot verworpen en neemt de mens de toekomst in eigen hand. Bij bv. Machiavelli wordt het Lot nog wel opgevoerd, maar Machiavelli vertrouwt ons toe dat zij een vrouw is: weliswaar wispelturig en ondoorgrondelijk, maar met enig geweld kunnen we haar toch enigszins naar onze eigen hand zetten (hetgeen precies onze virtus - deugd/mannelijkheid - is). Het socialisme heeft laten zien erg veel geweld te willen gebruiken om het Lot – de toekomst van de mensheid – naar eigen hand te zetten, zelfs bereid te zijn tot genocide om het onrecht van de natuurlijke ongelijkheid te corrigeren, maar het lijkt erop dat zij met haar maakbare maatschappij niet verder heeft durven gaan dan het banale dus het economische verkeer. Met betrekking tot de kern van het leven – liefde, seks – lijkt ook het socialisme een diep-religieus, romantisch respect te hebben voor de grillen van het Lot – deze oude God: iedereen moet maar afwachten of hij de ‘ware’ vindt of überhaupt liefde in zijn leven in plaats van ook dat in eigen hand te nemen (en sowieso heeft de overheid hier geen taak om de liefde rechtvaardig te verdelen). Wordt het niet eens tijd dat het socialisme eindelijk eens het resterende, oude respect voor het Lot verliest en de strijd aangaat tegen de ongelijke distributie van liefde en geluk in de wereld?




Naschrift

In feite werd ik ook geprikkeld door twee andere artikelen die in mijn TL op Twitter verschenen:

In het eerste artikel beweert schrijver Houellebecq dat Europa zelfmoord pleegt omdat het de prostitutie verbiedt; in het tweede artikel zien we hoe twee sympathieke maniakken - Segers en Asscher - ook in Nederland prostitutie gaan verbieden. Sympathiek omdat ze hun antiprostitutiewet door de Tweede Kamer hebben kunnen loodsen omdat iedereen hen zo sympathiek vindt (men gunt deze jongens wel wat) en maniakken omdat – als Houellebecq gelijk heeft – zij met hun tweeën heel Nederland vernietigen.

Houellebecq ziet prostitutie onlosmakelijk verbonden met het huwelijk, zodat als prostitutie wordt verboden ook het huwelijk – en daarmee heel conservatief gedacht ook de samenleving – geen stand kan houden. De reden zal zijn dat het huwelijk man en vrouw bindt en hun lusten beteugelt (waardoor er een beschaving kan worden opgebouwd): prostitutie is een noodzakelijke uitlaatklep voor mannen om even te ontsnappen aan hun huwelijksdwangbuis. En in ieder geval biedt prostitutie de (tijdelijke) verlossing voor de ongehuwde man. Niet voor niets was prostitutie (en geslachtsziekten) met name massaal aanwezig in precies het ‘preutse’ Victoriaanse tijdperk: een beteugeling in het openbaar vereist een uitlaatklep in het geniep. Marx zag overigens het huwelijk zelf als de meest wrede vorm van prostitutie of mensenhandel: de vrouw wordt er eenmalig voor de rest van haar leven verkocht aan een man.

Baudelaire had dan ook gelijk toen hij het hele wezen van de moderniteit kenschetste als prostitutie. Het is ook geen toeval dat precies de grote moderne kunstenaars zoals Van Gogh en Picasso ook wel ‘schilders van prostituees’ werden genoemd: prostitutie belichaamt geheel en al de moderne tijd op allerlei manieren, van het kapitalistische karakter ervan (marxisten zien prostitutie als de ergste vorm van uitbuiting maar liberalen zien juist de ultieme bevrijding van het individu als toe-eigening van het eigen lichaam) tot de reductie van de mens tot louter lichaam (dat zo het typisch moderne materialisme belichaamt: zie http://gebandvanjoop.blogspot.nl/2015/12/tegen-de-linkse-geschiedvervalsing-met.html). Max Weber kenschetste de moderniteit als de ‘onttovering van de wereld’ en nergens is de onttovering van de mens en maatschappij zo zichtbaar als in de prostitutie: de mens als naakt dier, het lichaam als koopwaar. Precies daarom stuit prostitutie menigeen zo tegen de borst – gelijk moderne kunst dat doet: de naakte waarheid is zo onthutsend en lelijk! Daarom moest prostitutie in de moderniteit wel in het duister plaatsvinden, hetgeen prima past bij het wezen van de moderniteit zelf dat inhoudt dat men overal het verborgen wezen achter de zichtbare schijn zoekt (met de typisch moderne aversie tegen schijnheiligheid): prostitutie is het duistere wezen achter de beschaafde facade van ons ‘ontwikkeld’ bestaan. Mensen als Segers en Asscher moeten (zoals de meesten) niets van die duistere wereld der prostitutie hebben, maar Houellebecq heeft gelijk in die zin dat als zij de prostitutie vernietigen ze aldus het wezen van de moderniteit en daarmee de Westerse wereld vernietigen.

Europa zal uiteraard wel blijven bestaan, maar ik geloof niet dat Segers en Asscher hebben nagedacht wat prostitutie en huwelijk – deze typisch moderne regulering van onze seksualiteit – zal moeten vervangen. In feite zien we al wat ze vervangen: aan de ene kant anarchie en een recht van de sterkste, zoals ik hierboven al heb geschetst met een felle strijd tussen mannen maar waarvan ook vrouwen het slachtoffer worden (zoals de media niet moe worden te berichten hoe zwaar meisjes het tegenwoordig hebben met overal misbruik en vernedering op de loer zoals nu weer de bangalijstjes) en aan de andere kant een rigide, onderdrukkend religieus wettensysteem – zoals de islam – als het antwoord op die anarchie. Dat antwoord voert ons echter weer terug naar de middeleeuwen in de zin dat de individualiteit en het zelfbeschikkingsrecht van de moderniteit – met prostitutie als haar uiterste consequentie – dan weer worden afgeschaft: de vrouw zal dan weer het eigendom van een man worden. Laten we hopen dat de betovering dan ook weer wat terugkomt, want anders zijn we gedoemd onszelf in pure slavernij terug te vinden…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen